Selecteer een pagina

Als ik aan kom rijden bij de kerk in Roelofarendsveen, zie ik een lange rij mensen staan wachten. Ze komen Jan en kinderen condoleren. Ik ga ook condoleren. Samen met Marga en Sjaak, die vlak bij de kerk wonen. Ik moet een flink eind doorrijden voordat ik mijn auto kwijt kan.
Met zijn drieën sluiten we aan in de lange rij wachtenden. Ilse onze dierbare busvriendin is overleden.
Wachtend in de rij neem ik me voor niet te huilen. Tot zover gaat het goed.

Dan komen we bij de tafel aan waarachter Jan, de echtgenoot van Ilse, en hun kinderen staan. Jan  met zijn armen over elkaar. Door die ellendige corona moeten we 1,5 mtr afstand houden. Als Jan me aankijkt kan ik geen woord uitbrengen, mijn keel zit dicht, ik probeer niet huilen maar het gaat niet. Ik huil en Jan huilt ook.
Het is vreselijk, juist op zo’n moment wil je iemand aanraken, troosten, knuffelen, maar dat mag niet.
“Je komt zaterdag toch naar de dankdienst”?  vraagt Jan me als ik weg loop. Ik knik ja, praten lukt niet.

Zaterdag komen we bij elkaar; Marga, Hetty, Yvonne en ik. Met zijn vieren zijn we nog over van ons, eens uit zeven leden tellende groepje van busvriendinnen. We nemen plaats in de kerk.
Als de kist de kerk wordt binnengereden gaan we allemaal staan. Jan, zijn drie zoons en de broers van Ilse, dragen de kist naar binnen. Niemand van ons houdt het droog tijdens dit emotionele moment. Overal hoor je gesnik en gesnuit van neuzen.

Jan vertelt over zijn leven met Ilse en hoe hij haar ontmoet heeft. Ik bewonder zijn kracht. Aan het eind van zijn verhaal breekt hij en huilt. Ook de zoons van Jan en Ilse halen herinneringen op aan hun moeder.
Na de dienst rijden zij de kist de kerk weer uit op weg naar het kerkhof, vlak achter de kerk.
Langzaam volgen we allemaal.
Na de afscheids- woorden van voorganger Christa Jonkheer en het Onze Vader, lopen we allemaal langs de kist nemen afscheid en leggen een roos op de kist.

Dag lieve Ilse, dag lieve vriendin.
Buiten het kerkhof vallen we elkaar huilend in de armen, corona of niet we hebben er behoefte aan om elkaar even vast te houden.

Als we weer naar huis gaan spreken we af om binnenkort met zijn vieren uit eten te gaan.
Met zijn vieren, nooit meer met zijn vijven, zal dat ooit wennen?