Selecteer een pagina

Hier ligt je pijnstiller zegt de verpleegster tegen mij. Ze legt de pil op mijn kastje naast het bed.  Ze kijkt mij aan met een vals lachje, draait zich om en gaat weg. Ze weet dat ik er niet bij kan. Ik kan me niet bewegen, mag me niet naar de zijkant draaien, ik kan niets en de pil ligt buiten mijn bereik. Ik heb geen idee waarom ze zo’n hekel aan me heeft en me zo pest.
Ik ben net geopereerd aan een hernia en lig in het ziekenhuis in Paramaribo. Ik lig helemaal plat, zonder hoofdkussen en ik heb pijn.
Het is niet de eerste keer dat zuster Snow, zo heet ze, mij pest. Ik lig op een kamer met vijf andere patienten en met iedereen kan ik prima opschieten. Maar zuster Snow vind dat ik hier niet hoor. Ik ben de vrouw van een arts en hoor niet hier tweede klas te liggen. Dokters vrouwen liggen eerste klas en bemoeien zich niet met andere patienten. Maar dat het financiele noodzaak is dat ik hier lig ga ik niet aan haar vertellen.

Met mijn gezin ben ik een jaar geleden vanuit Nederland naar Suriname verhuisd. Mijn man geboren in Suriname wilde heel graag terug naar zijn land nadat hij was afgestudeerd. Maar de eerste twee jaar moet hij stage lopen en krijgt hij een studenten uitkering. We hebben zelfs niet genoeg geld voor een eigen huis en wonen bij familie.

En dus lig ik nu  in het ziekenhuis tweede klas.
“je denkt zeker dat we je dan accepteren”zegt zuster Snow tegen mij. “Maar je bent een Bakra en dat blijf je”. Ik lig aan de raamkant van de kamer naast grote openslaande deuren die naar een prachtige tuin leiden. Overdag staan die deuren open, ook als het regent, dat is heerlijk verkoelend en door het brede overkoepelend terras, kan het ook niet binnen regenen. Om zeven uur als het donker wordt gaan de deuren en gordijnen dicht. Maar zuster Snow sluit alleen de gordijnen, de deuren laat ze open. De tuinen zijn voor iedereen toegankelijk en ik ben bang dat er iemand binnenkomt in de nacht. Maar als ik vraag of de deuren dicht mogen, weigert ze:
“Nee, dat is lekker fris”zegt ze en laat ze open.

Als ik in de nacht moet huilen van de pijn en de angst voor de geopende deur komt de nachtzuster naar me toe. Het kan me niet meer schelen en ik vertel wat er is gebeurd.

De volgende dag komt zuster Snow  afscheid nemen, ze gaat naar een andere afdeling.
De haat die uit haar ogen straalt vertelt me dat ik een vijand voor het leven heb gemaakt.